Test lesson

Bezittelijk voornaamwoord (possessive adjective) + aanwijzend voornaamwoord (demonstrative pronoun)
7
Created on By vrsoamyi

Heb je zin test

1 / 7

Marieke is ___ Martin thuis.

2 / 7

Ze eten biefstuk, met aardappeltjes en groente. ‘___ is jouw biefstuk?’, vraagt Martin.

3 / 7

True or false? Marieke en Martin eten vlaflip.

4 / 7

Wat staat er op dat briefje?

5 / 7

“Dan laat ik nu mijn huis zien. ___ is de woonkamer.”

6 / 7

“Dit is mijn bijkeuken. Alleen…___ wasmachine doet het niet.”

7 / 7

Hoe doet Martin zijn was?

Your score is

The average score is 71%

0%